Cliché

Cliche

Ik kamp met een quarter-life crisis.

En aangezien ik geen geld heb om een dikke Ferrari te kopen en het heel vreemd zou zijn als ik een twintig jaar jongere vriendin zou nemen, heb ik zojuist mijn hoofd kaal laten scheren en ben ik van plan om deze week een tatoeage te nemen. Blijkbaar zijn cliche’s gewoon op mij van toepassing.

Continue reading →

Thuis

Thuis

We zijn aangekomen. Na 14 uur met vijf mannen in een zwart busje, dat liefkozend Mike wordt genoemd, zijn we in Turijn.
Ik kijk hier al weken naar uit: onze tour in Italië. Het land waar ik steeds maar weer mijn roots hoop te vinden. Wanneer ik de Alpen aan de horizon zie groeien voelt het alsof ik een stapje dichter bij huis ben.

Continue reading →

Stop de tijd

Waar ik stilstaan zei, zeg ik rennen.
waar ik nadenken zei, zeg ik doen.
waar ik de waarheid zei, zeg ik niets.
Waar ik jou zei, zeg ik mij.
Stop de tijd.

Gewoon even.
Even geen tijd.
Gewoon even stilstaan, zonder een achterstand op te lopen.
Gewoon even nadenken, zonder achter de feiten aan te moeten.
Gewoon even aan de waarheid ontsnappen, zonder dat hij me terugvindt.
Gewoon even naar jou kijken, zonder dat jij het doorhebt.

Alle tijd.
Altijd.

Frank

Mijn eerste schooldag

Mijn eerste schooldag

Hij heeft zwarte lakschoentjes aan en zijn haar zit netjes in een scheiding. Hij draagt een paars met geel rugzakje waarin alles zit wat hij nodig heeft. Het is half negen ’s ochtends en op zijn weg naar buiten staat hij stil op het paadje in de voortuin, naast de kersenboom. Vol verwachting kijkt hij over het tuinhekje. Het is mijn eerste schooldag, 1 oktober 1991.

Ik draag zwarte lakschoenen en heb mijn haren strak achterover gekamd. Een goed gevulde laptoptas steekt onder mijn arm. Het is half acht ‘s ochtends en ik loop naar huis vanaf mijn afstudeerfeestje. Voordat ik de deur open doe, kijk ik voldaan over de Delftse Schie. Het was mijn laatste schooldag, 5 juni 2014.

Ik heb altijd gedacht dat dit het moment zou zijn waarop ik volwassen zou worden. Dit zou een keerpunt zijn. Ik zou de deur van mijn laatste school op de laatste schooldag achter me dichttrekken en een ander mens zijn geworden. Misschien niet helemaal anders, maar toch minstens een ge-upgrade versie van mezelf. Een versie die zijn leven helder uitgestippeld had, met een duidelijk plan en een heldere visie.

Ik draag slippers en heb mijn haar niet gekamd. Voor het eerst sinds mijn scriptie ben ik weer achter mijn computer gaan zitten, om aan jullie te beschrijven wat ik allemaal weet nu ik volwassen ben. Heel wat fouten later en heel wat lessen wijzer, ben ik groter dan ik was en mag ik mezelf officieel Master of Science noemen. Meer dan dat is er praktisch gezien niet veranderd. Mijn familie verstaat nog steeds mijn spreekbeurten niet. Mijn vrienden verstaan mijn familie niet. Ik versta ze allebei, maar begrijp ze nog steeds allebei maar half. Net zoals ik mezelf nog steeds maar half begrijp. Dat leer je niet op school. Dat weet ik nu.

Ik kijk stil en vol verwachting voor me uit. Had ik maar een voortuin, met een kersenboom en een tuinhekje.

Tommaso

Het WK

Het gaat beginnen. Het gaat écht beginnen. Morgen trappen we af tegen Spanje, de regerend Europees – en wereldkampioen. Ik zeg bewust ‘we’, want dat is het mooie aan het WK: Iedereen in Nederland staat vrijdagavond op het veld, in een bloedheet stadion in Sao Paulo, ergens aan de andere kant van de wereld.

Nederland wereldkampioen! Het zou wat zijn. Ik kan de enorme teleurstelling en de daaropvolgende dagen van nationale rouw in ’74 en ’78 nu nog voelen, terwijl ik pas decennia later uit mijn moeder zou kruipen. En wat te denken van het WK in 2010, waar we wereldkampioen zouden zijn geworden als Iker Casillas 2 cm kleiner zou zijn geweest.
Het EK in 2008. Ik stond samen met mijn goede vrienden Frank en Tommaso in een jeugdhonk in Hillegom. We zouden, met Marco van Basten aan het roer, in de kwartfinale Rusland wel even klop geven. Niets bleek minder waar. We vlogen eruit, in de verlenging nota bene. Waarop Frank de volgende dag de voorpagina van de zeer plaatselijke krant sierde, huilend vanwege het verlies en vanwege de pijn in zijn voet door de boom die hij zojuist een trap had gegeven, met de arm van zijn vriendin om hem heen geslagen.

Waarschijnlijk gaat het ‘m weer niet worden. Maar dat is dus het mooie van het feit dat het nog niet begonnen is. We mogen nu nog hopen, nog discussiëren over het feit dat onze verdediging echt niet zo slecht is als op papier, nog genieten van interviews met de altijd weergaloze Louis van Gaal, voorbeschouwing op voorbeschouwing kijken, oranje vlaggetjes ophangen, de nachten aftellen en dromen. We mogen nu nog dromen.

En misschien is dat stiekem ook wel het mooist. Dromen.
Dromen dat je je baard kunt laten staan als je dat zou willen. Dromen dat roken niet meer slecht voor je is. Dat je er mee kunt stoppen wanneer je wilt. Dromen dat je altijd af maakt waar je aan begint, dromen dat geld er niet toe doet, dromen dat zij wél de liefde van je leven is, dromen dat je op kunt staan als de wekker gaat. Dromen dat Iker Casillas 2 cm is gekrompen en dat we wereldkampioen worden.
Nu kan het nog.

Anne

Heerlijk

De wekker.
Na slechts een paar uur slaap is dat toch altijd even schrikken. Verward sleep ik mezelf naar de douche. Snel mijn kleren aan, klodder gel in mijn haar en naar de supermarkt.
Brood, kaas, koffie, fruit en chocoladepinda’s: Vaste prik, maar geen makkie. Ik worstel me door een zee van volkoren, bruin, wit, zonnepit, mais en spelt om vervolgens te verdrinken in Nescafé, Douwe Egberts, Kanis & Gunnik, Perla en Van Nelle. Ik kies met mijn ogen dicht en ik haast me naar de kassa. Terwijl ik twijfel over in welke van de drie even lange rijen ik het best kan gaan staan, besef ik dat mijn mandje maar de helft van mijn lijstje bevat. Gestrest haast ik me terug de winkel in, op zoek naar het overige deel.
Drie kwartier later sluit me ik uitgeput alsnog aan bij de langste rij. Geluk bij een ongeluk, een mooi kassameisje.
Na een onhandige grap en een misplaatste glimlach verruil ik Albert weer voor mijn Daihatsu. Ik waan me in een oceaan van rust, tot mijn Tomtom me vraagt welke van de drie even lange routes ik prefereer. Na twee minuten blijkt dat als je maar besluiteloos genoeg bent, de Tomtom vanzelf een keuze voor je maakt.
Heerlijk.
Regelrecht de file in.
Top.
Links, rechts, voor, achter, overal stilstaande auto’s. Ik ben overgeleverd aan het verkeer. Er rest mij geen andere keus dan stilstaan. Ik slaak een diepe zucht. Geagiteerd. Uit onrustige verveling kijk ik maar eens om me heen. Het is winter. Alles is kaal en dor, maar de zon schijnt. Het is mooi. Ik adem nog eens rustig in en dan weer uit, draai mijn raam open en de koele wind streelt mijn gezicht. Een intens gevoel van vrijheid overvalt me.
Ik voelde me vrij en ik kon geen kant op.

Gelukkig, maar tien minuten te laat in de studio valt mijn oog op mijn hele batterij drumspullen. Twee snares, kick, tom, floortom, hi-hat, crash. Dacht het niet. Ik pak één trommel en zet de rest aan de kant. Daar ga ik het mee doen vandaag.

Heerlijk.

Joost

Ouder

Onlangs heb ik ontdekt dat ik ouder word.
Ik was er al bang voor.

Het vermoeden rees al aan de voet van mijn middelbare school carrière. Een carrière die ik zelf nooit als enorm glansrijk heb ervaren, maar officieel zeer succesvol was.
In die periode bleek mijn vader ook maar een mens en gingen mijn eerste principes, simultaan aan mijn eerste sigaret, in vlammen op.
Mijn vermoeden werd bevestigd op mijn 18e verjaardag. Ik besefte dat ik geen profvoetballer meer zou worden gedurende de rest van mijn leven. Los van de droom ooit tweeling te worden, was dit de eerste kinderwens die ik moest laten varen.
Aan de vooravond van mijn studententijd kwam ik erachter dat een one night stand niets te maken heeft met alle internet porno die ik mezelf gedurende mijn pubertijd had voorgeschoteld.
Toen ik klaar was met studeren bleek ik plots geen student en onzeker, maar alcoholist en depressief.
Van aanstormend talent naar werkloos, van eigen smoel naar koppig.
Sinds kort ben ik erachter dat je helemaal niet alles kunt, zolang je maar wilt.

Ja, ik moest conclusies gaan trekken. Ik word ouder. Doodeng.
Ik heb mezelf verstopt in bed en tweeëneenhalf uur live-concert van mijn jeugdzonde Guns N’Roses gemelancheerd aanschouwd.
Vervolgens Flodder gekeken, filmpjes van WK ’98 opgezocht en mijn klassenfoto’s doorgebladerd.
Natuurlijk tussendoor wel zo’n vijf keer facebook open geklikt, om te kijken hoe mijn vrienden het maakten. Maar terwijl ik dat deed, aan hyves en MSN gedacht.

Het is bijzonder hoe het verleden een gegeven wordt en alles wat daarbij hoort legendarisch. Hoewel het principe hetzelfde blijft; Flodder was voor mijn vader Swiebertje, WK ’98 voor hem ’74 en klassenfoto’s voor hem klassenfoto’s; gaat het om de invulling, niet om het principe.
Maak een lijstje van jouw invulling,
zoek mensen met hetzelfde lijstje en koester ze.
Het is prachtig, en voorbij.
Doodeng.

Frank

Mijn superkracht

Er bestaat een dunne scheidingslijn tussen jaloezie en bewondering. Ik ben erg goed in beide. Jaloezie heeft er voor gezorgd dat ik actief ben blijven zoeken naar de dingen waar ik goed in ben, al leek het misschien af en toe iets weg te hebben van vluchtgedrag. Ik wilde gewoonweg iets vinden waar ik goed in ben, waar ik trots op kan zijn. Mijn eigen superkracht.

Ik was jaloers op die jongen die op de middelbare school tijdens gym regelmatig meer piepjes liep dan ik, om vervolgens te zeggen dat ‘het niet zo goed ging’.
Dan maar toneel.
Dat meisje dat altijd de hoofdrol kreeg in alle musicals en twee weken voor de uitvoering, tijdens een proefwerkweek, alle klassen inliep om docenten te vragen of ze posters op mocht hangen. Dan maar gitaarles.
Mijn beste vriend Frank, met wie ik gitaarles had, die in een week even de solo van “November Rain” van Guns ’n Roses had uitgezocht en feilloos kon spelen.
Zijn vingers dansten over de hals van zijn namaak Stratocaster, alles raak. Dan maar een relatie.
Mijn ex-vriendin die nu een relatie heeft met een bekende actrice, en tegen mij klaagt over het feit dat ze op straat herkend en nagekeken worden. Dan maar zingen.

Ik ben blij dat ik de afgelopen jaren mensen om me heen verzameld heb, waar ik tegen op kan kijken. Vrienden waarvan ik vind dat ze beter zijn in bepaalde dingen dan ik. En dat te accepteren, omdat ik het hen oprecht gun. Omdat ik weet dat ze niet alleen getalenteerd zijn, maar er ook keihard voor werken.

Ik bewonder Ralf, die nooit uitgeleerd is.
Ik bewonder Joost, die alles geeft en er niets voor terug hoeft.
Ik bewonder Anne, die nooit vergeet te genieten van wat hij doet.
Ik bewonder Frank die het leven altijd in woorden weet te vatten, op een manier die ik ook begrijp, hoe kut het soms ook klinkt.

Dit beetje bewondering, gecombineerd met mijn jaloezie, zorgt ervoor dat ik niet meer hoef te zoeken. Dit is nu mijn plek. Ik wil leren, verbeteren, evenaren en wellicht ooit overstijgen. Dit is een plek die me nooit zal weerhouden te blijven dromen.

Mijn superkracht.

Tommaso