De beste schilder ter wereld

Ik las onlangs een verhaal over de beste schilder ter wereld. Hij werd rijk door het maken van portretten voor de meest welgestelde mensen van het land. Hij schilderde landeigenaren, echtgenotes, mollige kinderen, rimpelige overgrootmoeders, ministers, predikanten, operazangeressen, academici, bankiers, onderscheiden soldaten, arrogante schrijvers en ijdele actrices.

Hij stond bekend om hoe hij, op doek, elke menselijke blik een bepaalde begaafdheid wist mee te geven. Mensen zeiden dat als hij een ezel had moeten schilderen, hij zelfs zo’n befaamd dom dier had kunnen voorzien van een vleugje intellect.

Hij had zo jaren door kunnen gaan, maar stopte op een dag abrupt met het schilderen van portretten in opdracht. Hij was het zat. Een idee dat al jaren in zijn hart borrelde nam de overhand: een portret van de zee maken.
Hij wist dat het geen gemakkelijke opgave zou worden. Er zijn immers miljoenen kilometers kust. Waar moest hij in hemelsnaam beginnen?
Toen hij jaren later werd gevraagd naar het portret van de zee, dat nog steeds niet af was, antwoordde hij dat de zee gewoon moeilijk is:

“Toen ik portretten van mensen schilderde, begon ik altijd bij de ogen. Dat was het meest tijdrovende deel van het schilderij.
Als je eenmaal de ogen hebt geschilderd, hoef je niet eens meer naar het model te kijken. Dan gaat de rest vanzelf; de mond, de neus, de hals, zelfs de handen.
Het probleem van de zee is dat het geen ogen heeft. Waar begint de zee?”

Ik ontmoet vaak nieuwe mensen.
We ontmoeten met Sir James de laatste tijd veel kinderen. We schrijven liedjes met kinderen wiens leven ingrijpend is veranderd door een ziekte.
Als ik mensen die nieuw zijn voor mij voor het eerst ontdek, is het eerste wat ik doe, proberen te begrijpen waar ze vandaan komen. Ik probeer te zien wat hun context is. In dit geval de ziekte kanker.
Ook als ik een nieuwe liefde, nieuwe collega’s of nieuwe vrienden maak, wil ik hun context begrijpen om hen te kunnen plaatsen ten opzichte van mijn eigen normen en waarden. Daarna beslis ik of ik eigenlijk wel met ze om wil gaan.
Context geeft de houvast die je nodig hebt om jezelf en anderen te begrijpen.

Maar wat gebeurt er eigenlijk op het moment dat je het gevoel hebt iemand volledig te begrijpen, maar zijn of haar context zo ver van de jouwe af ligt dat het voelt alsof je de zee probeert te portretteren?
Kun je dan met diegene samen zijn?
Kun je elkaar dan echt begrijpen?

De enige mogelijke manier om dat te doen is luisteren.
Luisteren zonder context.
De ruis uitschakelen en focussen op woorden.
Luisteren naar wat die persoon te zeggen heeft, wat die persoon denkt, wat die persoon voelt en daar dan pas je conclusies uit te trekken zonder context daar een rol in te laten spelen. Evenmin je eigen normen, waarden of je eigen geloof.
Je ogen dicht. En dan gewoon maar beginnen aan je schilderij. Van de zee.

Tommaso

Het Ding

Weet je wat het ding is?
Geld.
Dat is het ding.
Het is niet eens meer een trend te noemen.
Onze maatschappij draait om geld.
En dat is een probleem. Want ik heb niets met geld. Dus heb ik het niet. Ik snap best dat het handig is, maar ik geef het vooral de hele tijd heel snel uit.
Nou projecteer ik maar al te graag, maar begin ik de afgelopen tijd te merken dat op je 25ste niet met geld om kunnen gaan, toch meer over mij gaat dan over ons.

Ik heb niet zoveel met spullen, daarom ga ik er waarschijnlijk zo onvoorzichtig mee om. Als ze werken, vind ik het super, als ze stuk zijn, word ik boos op ze. Als ik verhuis, zet ik mijn spullen gewoon neer, tot iemand aan me vraagt waarom ik de muren niet heb geverfd. Dan pas valt me op dat de muren eigenlijk meer geel zijn dan wit; ik noem dat gebroken blond.
Ik vergeet kaartjes te kopen voor de trein, mijn wagen ligt vol met plastic zakken met spullen en ik doe mijn was bij een wasserette (eigenlijk nog steeds bij mijn ouders, maar dat is best gênant om te zeggen). Als ik uitga, geef ik rondjes, ook al heb ik nog maar vijftig euro op mijn enige bankrekening en geen factuur meer uitstaan. Op dat moment voelt dat altijd logisch.
Ik ga graag chique uit eten en hou van sauna’s en massagesalons.

Weet je wat het ding is.
Geld.
Dat is het ding.
En dat is dus precies niet erg.
Je moet er gewoon mee om leren gaan.
Dat wilde ik zeggen. Daar wilde ik naartoe.
Het voorgaande staat al maanden opgeslagen op mijn computer te wachten om digitaal te gaan. En nu weet ik ineens waarom.
Het klopt niet. Geld is niet het ding. Het is juist het probleem.
Ik had toch gelijk, het is een probleem. Juist omdat het in zoveel opzichten ‘het ding’ is geworden. Dat wil niet zeggen dat ik er niet mee om moet leren gaan. Maar wel dat we dat allemaal eens iets minder serieus moeten nemen.

Maar wat is dan het ding?
Liefde?
Zou je zeggen toch? Liefde.
Het mooiste wat er is.
Onvoorwaardelijk van iemand houden. Je verliezen in een persoon. Samen 1.
Maar is liefde wel zo tijdloos als we onszelf voorhouden? En is het wel zo onlogisch dat het zo wordt overschaduwd door seks de afgelopen jaren?
Natuurlijk spreekt hier een man die single is, maar hier spreekt ook iemand die groot fan is van de liefde, er jaren lang voor gevochten heeft en is grootgebracht door twee mensen die de liefde al langer dan dat hij bestaat tot een kunst verheffen.
Maar is liefde het ding? Datgeen waar alles om zou moeten draaien? Volgens de films wel. Maar zij draaien als wij vragen. En dat wij dat willen, wil niet zeggen dat het zo is.

Stel dat we het meer biologisch zoeken. Dus dat liefde iets is wat seks veroorzaakt, en dus dient als middel voor voortplanting.
Dan is seks dus het ding.
Seks is inderdaad iets wat iedereen, naja toch bijna iedereen, heel fijn vindt. Iets waar we naar op zoek zijn. Waarvan we het vervelend vinden als het er niet is.
Slechte seks of geen seks is iets waar liefde onder lijdt.
Aan de andere kant werkt seks hetzelfde als geld.
Het is vervelend als je het niet hebt, maar als je er eenmaal veel van hebt, wil je alleen maar meer. En je benijdt altijd de mensen die er meer van hebben of er iets leukers mee doen.
En alleen maar seks als ijkpunt, is natuurlijk de minst interessante wereld ooit.
Klaarkomen als devies. Nee. Seks is een hobby. Mijn enige hobby. Prima.

Carrière dan. Het maken. Erkenning.
Iets proberen en dat het dan lukt. Je hele leven wijden aan een vakgebied, aan een kwaliteit. Daar het allerbeste in zijn.
Maar wie meet dat? Wanneer is dat gelukt? Hoe lang duurt dat?
Dat is het meest relatieve wat er bestaat.
Zoals een brood kopen. En dat dat dan lukt. Duurt dat dan tot je het op hebt?
Of een meisje versieren en dat ze dan met je mee gaat, duurt dat dan tot je haar hebt geneukt?

Je kan er soms wel heel gelukkig van worden, van succes in een carrière.
Is geluk dan het ding?
Daar zijn we natuurlijk allemaal naar op zoek. Geluk. En daar zijn geld, seks, carrière en liefde middelen voor. Maar als je het eenmaal vindt, is het saai. Wil je meer. Wil je iets anders. Zoek je door.
Waarom zou je doorzoeken als geluk het ding is en je dat gevonden hebt?
Geluk is zeker een doel. Maar ook een moment, geen situatie.

Ongeluk.
Dat is het ding.
Ongeluk zorgt ervoor dat we blijven zoeken. Aan het einde van de rit hebben we tijd te overbruggen, te spenderen. En de fijnste focus om dat mee te doen is geïnteresseerd zoekend, naïef ambitieus, comfortabel ontevreden en gedreven vastgeroest.
En of dat nu is door een kind, een partner, een carrière, of gewoon een leven. Je hebt iets nodig om iets van te maken. En als het eenmaal is gemaakt, wil je iets nieuws maken. Het uitgangspunt moet een nulpunt zijn. Ongelukkig, onaf.
Je kunt de middelen gebruiken om te streven naar geluk.
Maar het punt geluk is een moment dat je ook met drank en drugs bereikt.
Het streven is waar het om gaat. Vanuit het ongeluk.
Je weet toch.

Zo. Dan hoef ik me daar in ieder geval niet meer voor te schamen.

Frank

Dat durf je niet hé?

Die dag was ik na een lange wandeling met mijn broertje op een prachtig strand in Sicilië terecht gekomen. Zo’n strand met grote witte rotsblokken die door de heldere blauwe zee heen snijden als fjorden van het zuiden. Ik was 12.
Een prachtig meisje lag in de zon weg te dromen bij het geluid van water tegen een rotswand. Verderop was een jongetje in discussie met zijn moeder omdat hij na de lunch niet direct de zee in mocht; Voor de gemiddelde Italiaanse moeder betekent één olijfje eten 2 uur plat. Boven op een van de hoogste rotsen stonden de stoerste jongens van het strand en doken van zo’n 13 meter hoog, head-first, de zee in.

Ik ben altijd al heel gevoelig geweest voor de uitspraak “dat durf je niet hé?”.
Zelfs als niemand dat expliciet tegen me zegt.
Dus ik deelde me in bij het groepje “stoere jongens op de rots”, terwijl mijn broertje zich wijselijk voegde bij het groepje “wegdromend meisje”.
Ik beklom de rots, die inmiddels wel 20 meter hoog is geworden, ik ging op de rand staan en keek naar beneden. “Is het wel diep genoeg?” “Als ik ga, ga ik met mijn benen eerst en dan goed bij elkaar houden. Hou ze alsjeblieft goed bij elkaar!”

Op het moment dat ik besloot niet te springen keek het meisje op en het jongetje en zijn moeder staakten hun discussie. Achter mij stonden inmiddels twee jongens van ongeveer 9 jaar oud ongeduldig op me te wachten. Ik maakte oogcontact met mijn broertje, hij schudde enkel zijn hoofd. De wind duwde me zachtjes in de richting van de afgrond. Als een plagend duwtje in de rug. Alsof die zei “dat durf je niet hé?”.

Vandaag was ik bij een meisje. Ik was al best vaak bij haar geweest en het was fijn. Er was zelfs al gesproken over een relatie, maar ik durfde niet.
De sprong leek ineens veel groter dan toen ik voor haar deur stond. Hoewel er absoluut geen sprake was van groepsdruk of blijvend letsel als ik mijn benen niet bij elkaar zou houden was. Toch was ik totaal in paniek.
Dus ik besloot naar huis te gaan. En toen keek ze me aan. Lang. Lief. Vertrouwd.
De zee was warm en deed totaal geen pijn.

Tommaso

Ordenen

Ordenen. Daar gaat het om.
Dat doen wij, om ons leven te vormen, om stabiliteit te kunnen hebben en een idee van wat we doen en moeten doen.
Een partner, een baan die bij ons past en een huis en de stad of het dorp waar dat in staat, dat soort zaken.

Maar je moet wel eerst een chaos creëren en ervaren om te kunnen ordenen.
Ordenen vanuit niets zegt niets. En vooral niets over jou.
Dat zegt iets over de chaos die je voorgeschoteld krijgt, die al voor je geordend is.
Ik wil mijn chaos ordenen, mijn eigen chaos.
Ik wil er zelf een zooitje van maken.
Juist omdat ik er niets van begrijp.

Dat is belangrijk, want vanuit onwetendheid beginnen met ordenen resulteert in geordende onwetendheid.
Dat is hetzelfde als heel veel boeken of CD’s kopen die je niet kent en die dan in chronologische ofwel alfabetische volgorde in de kast zetten.
Je moet ze eerst lezen of luisteren en daarna bepalen wat voor jou de manier is om ze in de kast te plaatsen. Op genre, op gevoel, op titel, op context, op kwaliteit, op schrijver, op jaartal of gewoon lukraak.
Ik geef je de woorden “boompje”, “koffie”, “liefde”, “Amsterdam”, “tijd”, “avondeten”, “global warming”, “verslaving” en “kunst”.
Dat is chaos, die kun je ordenen, dat zegt dan iets over jou.
Niet dat jij wel of niet je DVD’s op alfabet ordent.

Drie belangrijke vragen hiervoor:
Wat en waar? Waarom dan? En hoe?
Werk maar af.
“Wanneer?” is niet relevant.
Het antwoord op “wanneer?” is “nu”. En daarmee dus “vroeger en straks”.
Tijd is geld en geld is een ruilmiddel. Een middel, geen doel.
Dat kan dus gewoon een antwoord zijn op de vraag “en hoe?”.

Kortom, maak er een zooitje van en stel jezelf dan de drie vragen.
Kom je jezelf nog eens tegen. Gezelligheid.
Bovendien is het maken van een zooitje toch uiteindelijk veel leuker dan het opruimen ervan?

Frank

Een beetje als

Het voelt een beetje als een tekening inleveren bij de kleuterjuf.

Als bij de badmeester met de uitslagen in een kring na je afzwemmen.
Als de “zijn er nog vragen” na je spreekbeurt

Als naar school, de eerste dag na de vakantie.
Als schuifelen. Of slijmen, zoals we dat in de bollenstreek mochten noemen.
Als verkering vragen.
Als achter de coulisse vlak voor de uitvoering van je musical van groep 8.

Als de tandarts.
Als de CITO toets.

Als voor de eerste keer in je eentje bij die muziekleraar met je instrumentje.
Als de eerste keer in een vliegtuig.
Als de eerste keer een pornofilmpje kijken.
Als een eerste keer een breezer of een blikje bier.
Als een eerste zoen.
Als de eerste keer.

Als solliciteren.
Als na de eerste bandwedstrijd in de Fascinus in Sassenheim.

Als naar binnen lopen achter de examinator aan na het afrijden.
Als bij de telefoon in afwachting van het telefoontje van je mentor.
Als auditie doen voor het conservatorium.
Als het uitmaken van je relatie.

Als de eerste nacht in je eigen huisje.
Als de uitslag openen van je SOA-test.
Als je aller- allerlaatste schooldag.
Onbeschrijfelijk spannend.
Je eerste plaatje.

We hopen dat jullie het mooi vinden.

Sir James

Een Potje Leven

Ik vind het maar een raar spel, dat leven. Tot op heden ben ik er zelfs nog niet eens achter wat voor spel het nou precies is.
Of het meer een pokerspel is met een hoop gebluf en geluk, met een paar mensen die zich er zo in hebben verdiept, dat het eigenlijk ook weer zielig is.
Of toch eerder een triviant spel, waarbij je met een hoop geduld na verloop van tijd alle antwoorden ongeveer wel weet.
Op dit moment lijkt het bij mij nog het dichtste bij een strategie spel te komen;
Tegen de juiste mensjes de juiste dingetjes zeggen en die mensjes op de juiste plekjes zetten op de juiste momentjes.
En om ’t nou af te doen met “dat je niet van spelletjes houdt” vind ik dan weer te makkelijk.

Een potje schaken. Er heel lang over nadenken en dan op een onbewaakt moment toch allebei je lopers en je koningin kwijt zijn. Alleen nog maar rechtdoor. Of zo’n raar hupsje, wie heeft dat bedacht? Dat een paard zo’n hupje doet? En in godsnaam die koning gewoon laten staan waar die staat en er zoveel mogelijk dingen omheen zetten.
Jezelf in bochten wringen met een lekker gezellig avondje twister. Met een totaal willekeurige draaischijf, die bepaalt wat ik moet doen. Heb ik nooit van gehouden, twister.
Om maar te zwijgen over “mens erger je niet”.

Mijn moeder zei altijd dat pech in het spel, geluk in de liefde betekent. Velen heb ik horen zeggen dat liefde het belangrijkste in het leven is.
Ja, ik vind het een lastig en verwarrend spel, dat leven.
Niet dat ik er niet goed in ben, volgens mij heb ik een aantal spelregels zeer aardig in de gaten. Ik vraag me alleen altijd af wanneer ik nou heb gewonnen, en wat dan precies. Of dat ik misschien al heb verloren.
Om heel eerlijk te zijn, hoop ik al tijden dat ik weer langs start kom.

Frank

Een Ode

Soms moet je even stilstaan.
Even stilstaan om te zien wat iemand voor je heeft betekend.
Te zien hoe vanzelfsprekend het was. En is geweest.
Altijd.

Soms moet je even missen.
Even missen om te voelen waar iemand heeft gezeten.
Te voelen hoe vaak ze nu niet. En jij alleen.
De hele tijd.

Soms moet je even nemen.
Even nemen zonder te krijgen om te ervaren hoeveel zij gaf.
Te ervaren hoeveel jij nam. Zonder te geven.
Veel te vaak.

Soms moet je even dankbaar.
Even dankbaar om te merken hoe weinig je dat bent geweest.
Te merken dat het voorbij. Dat deze ode heel gemeend.
Maar veel te laat.

Dankjewel.

Frank

Vakantie

Vakantie

Ik ga nooit op vakantie.
Ik snap het principe niet zo goed.
Met heel veel spullen in een te kleine, lelijke tas, jezelf kilometers verplaatsen in een te warme auto of een erg krap vliegtuigstoeltje met vies eten. Vervolgens die spullen in een hotelkamer, die er altijd hetzelfde uit ziet, trachten georganiseerd en netjes op te bergen of erger nog, in een tent, waarin het altijd of te koud, of te warm is. Slapen op een dun matje, een luchtbed, waarvan ik nog steeds vind dat die in het zwembad thuis hoort of op een matras waar meer mensen “de liefde” op hebben bedreven dan je lief is. Een douche die na twee minuten koud wordt of zelfs stopt, een WC-rol en het openbaar vervoer, waar ik het een andere keer graag nog even uitgebreid over zou willen hebben.
Nee, ik ga nooit op vakantie.

Continue reading →